Mijn 40 jaar Berchem Stadium

stadion-berchem-sport-bovenaanzicht.jpgDe wereld zal nooit meer hetzelfde zijn schreef, Jan Bartosik vandaag in de column “Altijd Antwerpen” in Gazet van Antwerpen. Jan had het over de nakende afbraak van de twee onoverdekte staantribunes van ons geliefde Berchem Stadium. Je kan het flauw noemen, maar ik krijg het nieuws vandaag maar niet uit mijn gedachten. Want het zal met heel veel hartzeer zijn dat ik deze zomer van dat deel van het stadion afscheid moet nemen. Heel veel hartzeer omdat je je ook realiseert dat de zittribune en overdekte staantribune evenmin nog een lang leven beschoren zijn.

Grote liefde

Het moet 1977 geweest zijn toen ik vergezeld van mijn vader en mijnen bompa voor het eerst door de poorten van het stadion ‘Het Rooi’ stapte. Getooid met een door mijn bomma gebreide geel-zwarte muts en een veel te lange sjaal. De mannen van de Oud-Geel-crew zouden er jaloers op zijn geweest. Voor ne kleine pagadder, als ik was het allemaal zo indrukwekkend. De houten, lastige trappen naar de zittribune, door twee houten schuifdeuren om terug enkele houten treden omhoog te moeten nemen. Maar dan dat gevoel. Het gevoel dat je je grote liefde hebt gevonden. En dat je die liefde niet meer zal verlaten. Nooit meer.27750782_1942153655813434_214148840917934982_n.jpg

Modernistische bouwkunst

Ogen kwam ik tekort. Hier geen staal noch beton, maar een prachtige houten zittribune, met lange houten zitbanken. Vooraan houten, geel-zwart-geschilderde loges (intussen verdwenen) voor de notabelen, waaronder een minister van staat. De warmte die die tribune uitstraalde vind je nergens. Recht voor me dat immense veld, nog nooit had ik zo’n groot veld gezien (intussen ook enkele vierkante meters verkleind). Die heerlijke geur van nat gras die je alleen maar in een voetbalstadion zo ruiken kan. Op de assepiste de fanfare van Berchem, de majoretten en de publiciteitswagens. Rizla gooide kaugum, soms bij grote wedstrijden ook plastieken voetballen.

5823857_orig.jpgEn dan die bogen achter het doel, goed gevuld, want toen ging er nog volk naar Berchem Sport kijken. Die prachtige modernistische bogen die ze nu willen afbreken. Aan de ene kant een even modernistische grote betonnen poort met daarop een soort wit huisje. De klok (intussen verdwenen) met de slogan: ‘tic-tac-pontiac, Juwelen De Cuyper’. En in die klok zat er steeds een man die binnenin de scorebordjes ging hangen voor de ‘bezoekers’, maar het liefst van al dikwijls de bordjes voor ‘Berchem SP’ moest wisslen. Onder de tribune de chalet, nu Senaat. Op de huidige chalet is het dan nog een jaar of vier, wachten.

Spionkop

Rechts van mij, de persbanken voorzien van verlichting. En weer een eigenaardig hokje. Het hokje van de stadionomroeper, voorzien van… een platendraaier. ‘Leve Berchem Sport’ galmde uit de luidsprekers. En enkele minuten voor de aftrap… “Dames en heren, zie hier de samenstelling der beide elftallen: met nummer 1, Tony Goossens, nr. 2 Jan Corremans,…” Was 4 nu weer Rik Van Mechelen of was het Danny Koeckelkoren? Ik weet het niet meer. 7 was Luc Dreesen als mijn geheugen me niet in de steek laat. En 11? Wie anders dan Eddy Crockaerts, de ziel van Berchem Sport. Bij elke naam steeg er een beleefd, maar toch ferm applaus op vanuit die zittribune. Aan de overkant was er bij het afroepen van de spelersnamen heel wat meer te horen. Geroep en gescandeer, bellen en toeters, vlaggen en sjaals. Daar stond de Spionkop.kbs.jpg

Vreugde en verdriet

Het is daar dat ik het meest van mijn tijd op ‘Baarechoem’ zal doorbrengen. Eerst van voor, aan ‘den draad’. Roepen en zingen, met vlaggen, petten en toeters. Telkens de Spionkop in mijn rug krijgen die als Berchem scoorde naar voor liep. Ik zie er Berchem Sport zich redden tegen Sporting Charleroi in 1980 (met ne goal van ‘De Croc’). In het najaar van dat zelfde jaar ben ik als kleine snaak welgeteld één seconde in beeld als het programma ‘Sporttribune’ een reportage over Berchem Sport maakt. Ik zie er Berchem kansloos degraderen naar de tweede afdeling. Maar vijf jaar later vieren we op diezelfde plaats de laatste keer de promotie naar de hoogste afdeling. Om dan nog kanslozer te definitief naar de lagere regionen van het nationale voetbal op te zoeken. (zelfs één jaar provinciaal)

Weemoed

Zowat 40 jaar later sta ik er nog altijd. In dat inmiddels bijna negentig jaar oude stadion. Vorig jaar mocht ik er nog eens een titel vieren. Dit keer in de minder tot de verbeelding sprekende tweede amateurliga. Intussen quasi vergroeid met een betonnen steun waarop ijzeren leuningen zijn bevestigd. Misschien moet ik bij de afbraak die betonnen pijler op de kop proberen te tikken. Ik kan hem naast mijn lamp zetten. Mijn lamp van de allereerste veldverlichting op het Rooi. (Ook al vervangen)08-berchem.jpg

Het bericht dat ze al twee tribunes gaan afbreken is confronterend. Confronterend dat zelfs een meesterwerk van bouwkunst, dit topstuk van onroerend bouwkundig erfgoed vergankelijk is. Wat een zonde, wat een doodzonde. Ik zal naar Berchem Sport blijven gaan tot het einde van mijn dagen. Maar Jan heeft gelijk. De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.

(foto achterzijde zittribune archief Karl Böher)

Advertenties

One thought on “Mijn 40 jaar Berchem Stadium

  1. Prachtig stukje proza. Dat ga ik uitprinten. En ik wil mijn zitje uit de tribune of liever nog een 6-tal. Ik heb nu al plaats voorzien om vanop één van die zitjes naar studio sport te kijken. Lang leve Berchem Sport.

    Like

Reacties zijn gesloten.